
Hier, in de brede vallei, liep ik in een onbekend maar vertrouwd aanvoelend landschap. De rivier vertrekkend uit aderen diep verscholen in tijd en plaats, legde al eeuwenlang grote afstanden af, er ontstond leven en structuur, nieuwe bodem en ruimte. Een rivier stroomopwaarts volgen is altijd het hoog potentieel tegemoet gaan maar de bedding was hier al op veel plaatsen danig breed geworden door zijn eigen ontembare overvloed. Kwam je er tussen lente en zomer dan zag je beiderzijds massief groene zeggenlanden die werden bevolkt door kraanvogels en porseleinhoenen en het vol van vurige verwachtingen van doortrekkers en ontdekkingsreizigers. In het vroege najaar veranderde het landschap volledig en maakte het plaats voor zijn eigen oogst en opbrengst. Dat waren de dagen dat het veen goud kleurde.